‘Hoe gebruik jij AI?’ — JAMA Psychiatry pleit voor nieuwe standaardvraag in de spreekkamer
20 april 2026 · 5 min leestijd · Bron: NPR / JAMA Psychiatry
Vraag je cliënt naar slaap, middelengebruik, sociale steun. En voortaan ook: naar AI-gebruik. Dat is de kern van een nieuw paper in JAMA Psychiatry, geschreven door Shaddy Saba, assistant professor aan de Silver School of Social Work van New York University. De boodschap is helder: AI-chatbots zijn inmiddels zo ingebed in het dagelijks leven, ook rond psychische klachten, dat het professioneel nalatig is om er niet naar te vragen.
Wat stelt het paper voor?
Saba betoogt dat routinematig navragen van AI-gebruik diagnostische waarde heeft die vergelijkbaar is met vragen over slaaphygiëne of alcoholconsumptie. Cliënten gebruiken chatbots om zaken te bespreken die ze niet durven delen met hun therapeut — juist omdat ze bang zijn voor een oordeel.
Dat maakt AI-gebruik tegelijk een risico en een venster. Een cliënt die suïcidale gedachten liever met ChatGPT deelt dan met de behandelaar, blijft buiten beeld van het veiligheidsnetwerk. Maar wie er niet naar vraagt, mist cruciale klinische informatie.
Waarom juist nu?
Het tempo waarin AI-gebruik normaal wordt, is ongekend. Grote zorgsystemen, onafhankelijke praktijken én individuele cliënten experimenteren met AI-tools voor emotionele ondersteuning. Tegelijk stapelen de incidenten zich op: Stanford Health AI documenteerde gevallen waarin generieke chatbots stigma-bevestigende of zelfs gevaarlijke uitspraken deden. Psychiaters spreken openlijk over ‘algoritmische vleierij’ — het patroon waarin chatbots gebruikers bevestigen en spiegelen, wat voor mensen met bijvoorbeeld een psychotische of eetstoornis-kwetsbaarheid juist contraproductief uitpakt.
Zonder expliciet gesprek blijft de behandelaar onwetend over welk ‘tweede spreekuur’ de cliënt parallel volgt — en over welke adviezen die ongezien het behandelproces kleuren.
Hoe stel je de vraag?
Saba adviseert de vraag met oprechte nieuwsgierigheid te brengen, zonder oordeel. Voorbeelden van openingen:
- “Veel mensen gebruiken tegenwoordig AI-tools als ChatGPT voor allerlei dingen. Gebruik jij ze ook, bijvoorbeeld als je ergens over nadenkt of iets wilt uitzoeken?”
- “Als je erover nadenkt: wat zou je wél aan een chatbot vragen dat je niet aan mij zou vragen?”
- “Zijn er adviezen die een AI je heeft gegeven die je zijn bijgebleven, positief of negatief?”
De laatste vraag is volgens Saba klinisch het rijkst: hij legt precies bloot wélke invloeden het beeldvormende proces van de cliënt kleuren.
Wat betekent dit voor jouw praktijk?
De tijd dat ‘AI’ een randfenomeen was, is voorbij. Jouw cliënten gebruiken het — alleen weet je het vaak niet. Net zoals we het standaard hebben over middelen, slaap en sociaal netwerk, verdient AI-gebruik een vaste plek in de anamnese en in de voortgangsgesprekken.
Voor intervisie-context betekent het ook iets anders: als professional ben je verantwoordelijk voor hoe jouw eigen AI-gebruik eruitziet. Welke tools gebruik jij om casuïstiek door te denken? Hoe is dat afgestemd op AVG, NEN 7510, en de geheimhoudingsplicht van je beroep? Intervisio is precies daarvoor ontworpen: een veilige, BIG-geverifieerde omgeving om AI in te zetten voor casusanalyse, zonder persoonsgegevens te verwerken.
Een nieuwe routinevraag, geen nieuwe protocol-uitbreiding
Wat Saba voorstelt, is niet een extra vragenlijst of een digitaal meetinstrument. Het is een verandering in de taal van de spreekkamer. Net zoals ‘Hoe slaap je?’ standaardonderdeel werd van elke psychiatrische beoordeling, zou ‘Hoe gebruik je AI?’ de komende jaren dezelfde status moeten krijgen.
Voor GGZ-professionals in Nederland is dit geen verafgelegen Amerikaanse discussie. VGCt, NIP en de Tijdschrift voor Psychiatrie signaleren dezelfde trend: generatieve AI is onontkoombaar onderdeel van hoe patiënten hun klachten doorleven. De professionele reactie is niet meer óf we erover praten, maar hoe.
Bron: Dit artikel is gebaseerd op de NPR-rapportage van 10 april 2026 over het paper van Shaddy Saba (NYU Silver School of Social Work) in JAMA Psychiatry. Lees de originele rapportage (Engels) →