Jongeren & AIKlinische praktijkJAMA Pediatrics

Één op de vijf jongeren raadpleegt AI voor psychische klachten — en verzwijgt het voor de behandelaar

15 juni 2026 · 5 min leestijd · Bron: JAMA Pediatrics / RAND

Bijna één op de vijf jongeren en jongvolwassenen in de VS gebruikt een AI-chatbot voor psychisch advies — en 63 procent vertelt dat aan niemand. Dat is de kern van een nationaal representatief onderzoek dat op 1 juni 2026 verscheen in JAMA Pediatrics, uitgevoerd door Ryan K. McBain en collega’s van RAND. De bevindingen vormen een wake-up call voor elke behandelaar die met jongeren werkt.

Wat laat het onderzoek zien?

McBain en zijn team ondervroegen in november 2025 een nationaal representatieve groep van jongeren en jongvolwassenen tussen de 12 en 21 jaar. Geëxtrapoleerd naar de Amerikaanse bevolking gaat het om naar schatting 8,2 miljoen jongeren die zich inmiddels tot AI wenden voor psychische steun. Ten opzichte van het voorjaar van 2025 — toen 13,1 procent van de ondervraagden AI gebruikte voor psychisch advies — is dat in november gestegen naar 19,2 procent. Een toename van bijna vijftig procent in minder dan een jaar.

Van de jongeren die AI raadplegen voor psychisch advies, doet 42,8 procent dat minimaal één keer per maand. In negen van de tien gevallen beoordelen zij het advies als ‘enigszins of zeer nuttig’. Dit gebruik is dus niet experimenteel of incidenteel: een substantieel deel van deze jongeren vertrouwt AI als vaste bron van mentale steun.

Waarom houden jongeren dit stil?

Dat het gebruik als nuttig wordt ervaren, maakt de volgende bevinding des te opmerkelijker: 63,3 procent van de gebruikers heeft dit aan niemand verteld. Niet aan vrienden, niet aan ouders — en al helemaal niet aan een hulpverlener of huisarts. Wanneer jongeren het wél bespreken, is dat primair met leeftijdsgenoten. Volwassenen in een zorgrol blijven vrijwel altijd buiten beeld.

Onderzoekers wijzen op een combinatie van factoren: schaamte rondom psychische klachten, de onmiddellijke beschikbaarheid van AI tegenover de lange wachttijden in de GGZ, en de perceptie dat een chatbot ‘niet oordeelt’. Wie bang is voor stigma in de spreekkamer, kan bij een AI terecht zonder gezichtsverlies — anoniem, op elk moment van de dag.

Verschillen naar geslacht, leeftijd en etniciteit

Niet alle jongeren gebruiken AI voor mentale steun in gelijke mate. Meisjes en jonge vrouwen laten significant hogere gebruikspercentages zien dan jongens. Oudere adolescenten (17–21 jaar) grijpen vaker naar AI dan jongere tieners. Opvallend is ook een etnische kloof: zwarte jongeren rapporteren een hogere gebruiksfrequentie, maar beoordelen het advies als minder nuttig. Dat is een aanwijzing dat huidige chatbots cultureel minder responsief zijn voor deze groep.

Die discrepantie is klinisch relevant: hoge gebruiksfrequentie gecombineerd met lage ervaren effectiviteit kan wijzen op een ongepaste afhankelijkheid van een instrument dat niet aansluit bij de leefwereld of culturele context van de gebruiker.

Wat betekent dit voor jouw praktijk?

Als GGZ-professional weet je vermoedelijk niet dat een deel van je jonge cliënten parallel een AI-chatbot raadpleegt voor psychische steun. Er is geen reden om aan te nemen dat Nederlandse jongeren fundamenteel anders gedrag vertonen dan hun Amerikaanse leeftijdsgenoten. Concreet betekent dit:

  • Vraag er actief naar, zonder oordeel: “Gebruik je ook weleens ChatGPT of een andere AI als je ergens mee zit?”
  • Wees nieuwsgierig naar wélk advies er is gegeven — dat kan direct botsen met jouw behandelplan of psycho-educatie.
  • Bespreek de grenzen van AI in crisissituaties: een chatbot kan geen contact opnemen met ouders, een crisisdienst inschakelen of een veiligheidsplan activeren.

Als behandelaar die zelf AI inzet voor intervisie of casusanalyse, geldt dezelfde verantwoording: doe dat in een omgeving die AVG-conform is, NEN 7510 respecteert en waar geen persoonsgegevens worden verwerkt. Intervisio is precies dat — een beveiligde, BIG-geverifieerde ruimte voor professioneel AI-gebruik in de GGZ.

Een nieuwe blinde vlek in de anamnese

JAMA Psychiatry bepleitte eerder dit jaar al om AI-gebruik standaard uit te vragen in de spreekkamer. Dit JAMA Pediatrics-onderzoek geeft die oproep extra urgentie, zeker voor wie met jongeren werkt. De vraag is niet meer ófjongeren AI gebruiken voor psychisch advies — dat doen ze, op schaal, en ze vinden het nuttig. De vraag is of jij als behandelaar het weet.

Dat 63 procent dit stilhoudt, suggereert ook dat de therapeutische relatie voor veel jongeren nog niet de veilige ruimte biedt die AI ogenschijnlijk wél biedt. Dat is geen falen van de behandelaar, maar het is wel een signaal: er is iets in de drempel naar professionele hulp dat AI makkelijker maakt dan een gesprek — en dat verdient aandacht in de spreekkamer, in supervisie en in intervisie.

Bron: McBain RK et al., “AI Chatbot Use and Disclosure for Mental Health Among US Adolescents and Young Adults”, JAMA Pediatrics, gepubliceerd 1 juni 2026. Studie uitgevoerd door RAND Corporation, Arlington, VS. Lees de originele studie (Engels) →